)
Branchetoetsdocument: Verrichten van keuringen en onderhoudswerkzaamheden aan het onderstel van caravans en aanhangwagens
Ingangsdatum: 15-07-2026
Branchetoetsdocument: Verrichten van keuringen en onderhoudswerkzaamheden aan het onderstel van caravans en aanhangwagens
Profiel/niveau van de kandidaat: De kandidaat heeft 2 tot 3 jaar werkervaring als monteur in de werkplaats in de caravan- en aanhangwagen techniek. De kandidaat is bekend met de BOVAG-werkinstructie en heeft ervaring in het toepassen daarvan.
Werk- en denkniveau minimaal mbo niveau 2.
Initiatiefnemer: BOVAG caravan-, camper- en aanhangwagenbedrijven
Titel toets: Verrichten van keuringen en onderhoudswerkzaamheden aan het onderstel van caravans en aanhangwagens
Toetsvorm: Praktijkexamen inclusief theorievragen
Hulpmiddelen: Werkinstructie BOVAG caravan onderhoudsbeurt en Werkinstructie BOVAG onderhoudsbeurt aanhangwagen
Mbo-niveau: 2
Tijdslimiet: 120 minuten
Cesuur: Maximaal voor één opdracht het cijfer 5, geen opdracht lager dan een 5. Het gemiddelde van de opdrachten moet een 6 of hoger zijn.
Het cijfer 5 wordt behaald bij het behalen van 50% van de maximale punten.
Het cijfer 6 wordt behaald bij het behalen van 60% van de maximale punten.
Datum: 15-07-2026
Belangrijk
Onder onderstel wordt verstaan: chassis, trekboom/-driehoek, assen, koppeling, stabilisator, dissel, uitdraaisteunen, vering, drukverdeling, wielen, lagers, banden, reminrichting, breekkabel/ring, voertuigverlichting (remlichten, achterlichten, richtingaanwijzers, kentekenplaatverlichting, etc.) en de aansluiting naar het trekkend/dragend voertuig.
Met 'voertuigverlichting' wordt in de context van dit document bedoeld: de wettelijke eisen die gesteld worden aan de 12-Volt voertuigverlichting.
Onder accessoires/voorzieningen wordt onder andere verstaan (niet-limitatief benoemd): movers, reservewieldragers, levelsystemen, ATC, kriksteunen, etc.
Met controleren wordt bedoeld: controleren op functionaliteit, op eisen (wettelijk of van de fabrikant/leverancier), of op typegoedkeuring door meten, nagaan/lezen, bekijken (visueel), luisteren, voelen, etc.
Met beoordelen wordt bedoeld: beoordelen of het onderdeel/component voldoet aan de gestelde eisen, of beoordelen dat deze vervangen of onderhouden moet worden.
Met onderhouden wordt bedoeld: smeren, afstellen, (de)monteren/vastzetten, (deels)vervangen, etc.
Toetsonderwerp 1: Chassis
1.1 De deelnemer kan de componenten waaruit een chassis is opgebouwd herkennen en hun functie beschrijven.
1.2 De deelnemer kan het VIN-nummer van het chassis controleren en vergelijken met het constructieplaatje van de fabrikant of het kentekenbewijs.
1.3 De deelnemer kan de bevestiging van chassis(onderdelen) controleren, beoordelen en onderhouden.
1.4 De deelnemer kan (onderdelen van) het chassis controleren, beoordelen op scheuren, breuken, vervormingen en verbindingen en kan (onderdelen van) het chassis onderhouden.
Aandachtspunten: boren, lassen, slijpen in/aan chassisdelen en de gevolgen daarvan.
Toetsonderwerp 2: Voertuigverlichting
2.1 De deelnemer kan de wettelijke eisen toepassen bij de verplichte verlichting van caravans en aanhangwagens en kan de functionele werking hiervan testen/controleren.
Bijvoorbeeld: rem-, contour-, markeringsverlichting, etc.2.2 De deelnemer kan storingen in de voertuigverlichting opsporen, een reparatieadvies geven en de storing oplossen.
Toetsonderwerp 3: Remmen
3.1 De deelnemer kan de verschillende soorten remsystemen herkennen en hun specifieke kenmerken beschrijven.
Bijvoorbeeld: volledig mechanisch, mechanisch hydraulisch, mechanisch elektrisch, druklucht (aanhangwagen).3.2 De deelnemer kan de wettelijke eisen van de bedrijfsrem en de eventueel daarbij behorende losbreekreminrichting, handrem en oplooprem toepassen.
3.3 De deelnemer kan de functie en werking beschrijven van (de verschillende onderdelen van) een:
losbreekreminrichting;
oplooprem;
voorzieningen in het remsysteem ten behoeve van het achteruitrijden;
trommelremmen en schijfremmen;
mechanische handrem.
3.4 De deelnemer kan verschillende onderdelen van het remsysteem controleren, beoordelen en onderhouden:
losbreekreminrichting;
oplooprem;
voorzieningen in het remsysteem ten behoeve van het achteruitrijden;
trommelremmen en schijfremmen;
mechanische handrem.
Aandachtspunten: valbeugel, neuswiel.
3.5 De deelnemer kan het remsysteem afstellen.
3.6 De deelnemer kan fabrieksvoorschriften/handleidingen interpreteren en toepassen bij het controleren, beoordelen en onderhouden van het remsysteem.
3.7 De deelnemer kan het testverslag van de remmentest interpreteren en vertalen naar een passende reparatiewerkmethode.
Toetsonderwerp 4: Assen, wiellagers, schokdempers, veersystemen
4.1 De deelnemer kan de verschillende assen, wiellagers, schokdempers en veersystemen herkennen en hun specifieke kenmerken beschrijven.
4.2 De deelnemer kan de as(sen) controleren en beoordelen op scheuren, breuken, vervormingen en bevestigingen/verbindingen aan chassis en kan deze as(sen) onderhouden.
4.3 De deelnemer kan de verschillende soorten wiellagers controleren, beoordelen, onderhouden en afstellen.
4.4 De deelnemer kan de verschillende soorten schokdempers controleren, beoordelen en onderhouden.
4.5 De deelnemer kan de verschillende soorten veersystemen controleren, beoordelen en onderhouden.
Toetsonderwerp 5: Wielen
5.1 De deelnemer kan de diverse velguitvoeringen, aanduidingen en hun eigenschappen beschrijven.
5.2 De deelnemer kan diverse velgen controleren, beoordelen en monteren.
Aandachtspunten:
rekening houden met het draagvermogen van de velg;
conische of bolconische bouten en moeren bij montage;
ventielen.
5.3 De deelnemer kan verschillende typen banden herkennen en hun verschillen benoemen.
Aandachtspunten: tube-type en tubeless banden.5.4 De deelnemer kan de onderdelen waaruit een buitenband is opgebouwd beschrijven.
5.5 De deelnemer kan de betekenis beschrijven van de codering en bandopschriften op de zijkant van een band.
5.6 De deelnemer kan een band op- en afleggen.
5.7 De deelnemer kan de diverse slijtagecriteria, specifiek voor banden die onder het voertuig gebruikt worden, beschrijven.
5.8 De deelnemer kan de oorzaken van te vroege of overmatige slijtage van een band herkennen en benoemen.
5.9 De deelnemer kan een band controleren en beoordelen aan de hand van de wettelijke eisen en de BOVAG-eisen.
5.10 De deelnemer kan een wiel balanceren.
Toetsonderwerp 6: Koppelingen
6.1 De deelnemer kan de hoofdonderdelen van een kogelkoppeling herkennen en hun functie beschrijven.
6.2 De deelnemer kan de borgingssystemen, die horen bij de verschillende typen koppelingen, herkennen en hun functie en werking beschrijven.
6.3 De deelnemer kan de wettelijke eisen toepassen ten aanzien van de bevestiging en borging van een kogelkoppeling.
6.4 De deelnemer kan de bevestiging, borgingen en staat van een kogelkoppeling controleren, beoordelen en onderhouden.
6.5 De deelnemer kan de functie en de werking beschrijven van de verschillende stabilisatormechanismen.
6.6 De deelnemer kan de verschillende stabilisatormechanismen controleren, beoordelen en onderhouden.
6.7 De deelnemer kan de frictiewaarden van stabilisatoren meten.
Toetsonderwerp 7: Accessoires/voorzieningen
7.1 De deelnemer kan de (wettelijke) richtlijnen toepassen met betrekking tot het plaatsen van accessoires/voorzieningen die invloed hebben op de afmetingen, maten, gewichten en rijveiligheid van de caravan of aanhangwagen.
7.2 De deelnemer kan de bevestiging van accessoires/voorzieningen controleren.
Aandachtspunten: deugdelijk bevestigd, geen uitstekende delen.
