Naar hoofdinhoud
IBKI examinering en certificering voor de mobiliteitsbrancheIBKI examinering en certificering voor de mobiliteitsbranche
Een foto van een hand van een oudere man die een formulier invult op een tafel. Aan de overkant zie je de handen van de mensen aan de andere kant van de tafel.

Examenreglement: Theoretische bijscholing WRM

Ingangsdatum: 25-05-2021

Examenreglement: Theoretische bijscholing WRM


Inhoudsopgave

1 Algemene bepalingen

2 Indiening, advisering en vaststelling van nieuwe bijscholingsonderwerpen

3 Certificering van bijscholingscursussen

4 Administratie van bijscholingscursussen

5 Eisen aan de uitvoering van bijscholingscursussen en IBKI-toezicht


1 Algemene bepalingen

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

  1. Bijscholingscursus: Cursus theoretische bijscholing conform de verplichting uit artikel 12b van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993.

  2. Certificering: Goedkeuring door IBKI tot het uitvoeren van een theoretische bijscholingscursus door de betreffende aanbieder, na controle op dekking van de vastgestelde leerdoelen, inhoud en voorgeschreven werkwijze, conform artikel 12b van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993, nader uitgewerkt in de Regeling rijonderricht motorijtuigen, artikel 7.

Artikel 2: Organisatie

De certificering en de administratie van theoretische bijscholingscursussen en het toezicht op de uitvoering daarvan zijn door de minister van Infrastructuur en Waterstaat opgedragen aan IBKI.


2 Indiening, advisering en vaststelling van nieuwe bijscholingsonderwerpen

Artikel 3: Indiening van mogelijke nieuwe bijscholingsonderwerpen

  1. Op elk moment van het jaar kan bij het secretariaat van de Adviesraad WRM een mogelijk nieuw bijscholingsonderwerp ingediend worden. De indiener moet in de onderwerpregel van de e-mail duidelijk vermelden dat het om een nieuw WRM-bijscholingsonderwerp gaat. IBKI zal dit in principe in de eerstvolgende vergadering van de Adviesraad WRM voor advies voorleggen. Er is geen beperking aan wie indiener van een nieuw onderwerp mag zijn.

  2. Bij meerdere indieners van eenzelfde onderwerp zal IBKI hen hierover informeren, om zo mogelijk tot één gezamenlijk ingediend voorstel te komen.

  3. Bij de indiening dient aangeleverd te worden:

    • een korte omschrijving van het onderwerp, met een doelstelling en een motivatie (verwijzend naar de vijf beoordelingscriteria van artikel 4, lid 2 van dit reglement)

    • het aantal dagdelen (1, 2, 3 of 4)

    • vermelding dat het een bijscholingscursus is (1) die met fysieke aanwezigheid van deelnemers of als webinar (online bijscholingscursus) gegeven mag worden, óf (2) dat het een cursus is die uitsluitend met fysieke aanwezigheid van deelnemers gegeven mag worden

    • de doelgroep

    • de leerdoelen. In principe heeft een cursus van 1 dagdeel maximaal 12 leerdoelen en hebben cursussen van 2 t/m 4 dagdelen maximaal 25 leerdoelen, eventueel bij relevante leerdoelen met extra aandachtspunten (dots). Elk leerdoel:

      • is een uitwerking conform de taxonomie-indeling van Bloom: onthouden (kennis), begrijpen (inzicht), toepassen, analyseren, evalueren en creëren. Voor de theoretische bijscholing zijn met name de onderdelen onthouden, begrijpen en toepassen van belang

      • begint met ‘De rijinstructeur’ en bevat de volgende vier elementen: (1) concrete handelingswerkwoorden die bij de taxonomie-indeling passen (bijvoorbeeld beschrijven, verklaren, demonstreren), (2) inhoudsomschrijving, (3) conditie waaronder leerdoel bereikt wordt en (4) beheersingsnorm

      • is zoveel mogelijk SMART geformuleerd: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden

    • de specifiek voor deze cursus vereiste docentkwalificatie; dit kan het bezit zijn van een geldig WRM-certificaat, maar dat is niet verplicht bij elk onderwerp

    • een beschrijving van de wenselijke werkvormen

Artikel 4: Advisering over mogelijke nieuwe bijscholingsonderwerpen en vaststelling door IBKI

  1. De Adviesraad WRM adviseert aan IBKI goedkeuring of afkeuring met betrekking tot het onderwerp en de bijbehorende leerdoelen. Kleine correcties worden ter vergadering geaccordeerd. Zo nodig geeft de Adviesraad aanpassingsadviezen en volgt na herziening door de indiener een tweede advisering (bij voorkeur via een schriftelijk adviesverzoek aan de leden, met een uiterste reactietermijn).

  2. Bij het advies moet de Adviesraad WRM de volgende criteria hanteren:

    A. Het onderwerp moet gericht zijn op rijonderricht (conform WRM art. 12b, lid 1) en voldoende praktijkrelevant zijn voor de branche voor minimaal vier jaar. Het onderwerp mag voor één categorie WRM-bevoegdheid bedoeld zijn.

    B. Het onderwerp moet, wanneer van toepassing, een algemeen aanvaarde wetenschappelijke onderbouwing hebben.

    C. De doelgroep moet landelijk gezien voldoende groot zijn.

    D. Het onderwerp moet voldoende afwijken van al bestaande bijscholingsonderwerpen.

    E. Onderwerp en leerdoelen moeten zodanig ’algemeen’ geformuleerd zijn, dat elke op dit onderwerp deskundige cursusontwikkelaar/aanbieder die dat wil hierover een cursus kan ontwikkelen. De indiener van het onderwerp heeft geen alleenrecht. Een zelf ontwikkeld didactiekconcept dat door niemand anders dan de indiener gegeven kan worden, kan dus bijvoorbeeld geen bijscholingsonderwerp WRM zijn

  3. Afkeuring van een onderwerp moet door een meerderheid van de aanwezige leden (IBKI telt niet mee) ondersteund worden, onderbouwd met behulp van de onder lid 2 genoemde vijf criteria A t/m E.

  4. IBKI stelt in principe de nieuwe bijscholingsonderwerpen vast in dezelfde Adviesraadvergadering als waarin geadviseerd wordt. Deze gelden voor vier kalenderjaren, met de mogelijkheid van verlenging met vier jaar.

  5. Na de vaststelling worden in de e-mailnieuwsbrief WRM-bericht de nieuwe onderwerpen bekendgemaakt en samen met de leerdoelen toegevoegd aan het overzichtsdocument ‘Leerdoelen theoretische bijscholing WRM’ op de IBKI-site. Cursusaanbieders kunnen vanaf dat moment certificering aanvragen voor een door hen ontwikkelde cursus over een nieuw onderwerp.

Artikel 5: Verlenging van bijscholingsonderwerpen

  1. In de eerste Adviesraad WRM-vergadering van een jaar wordt geadviseerd over de verlenging van de onderwerpen waarvan de vier jaar-geldigheid aan het einde van dat jaar afloopt. De opties zijn:

    • Geen verlenging; het onderwerp vervalt per 1 januari van het eerstvolgende jaar

    • Verlenging met ongewijzigde leerdoelen

    • Verlenging met een update van de leerdoelen; daarbij wordt ter vergadering afgesproken wie de concept-aanpassingen opstelt. In de mei/juni-vergadering van de Adviesraad WRM wordt over de aangepaste leerdoelen geadviseerd en worden deze door IBKI vastgesteld. Dit wordt daarna aan alle aanbieders gecommuniceerd.

  2. Aanbieders van een verlengde bijscholingscursus die een leerdoelupdate heeft gekregen, dienen ervoor te zorgen dat 1 januari van het eerste jaar van de verlenging een op de aangepaste leerdoelen aangepaste cursus bij IBKI is gecertificeerd.

3 Certificering van bijscholingscursussen

Artikel 6: Wat moet een aanbieder doen om een cursus gecertificeerd te krijgen?

  1. Potentiële aanbieders kunnen een certificeringsaanvraag indienen bij IBKI voor elk bijscholingsonderwerp uit het document ‘Leerdoelen theoretische bijscholing WRM’ op de IBKI-site. Er moeten dan digitaal een aantal documenten als afzonderlijke bestanden bij IBKI ([email protected]) worden aangeleverd; zie hiervoor de punten 1 t/m 5 van dit lid 1. Er moet duidelijk vermeld worden dat het om een certificeringsaanvraag gaat en over welk onderwerp (met onderwerpnummer) het gaat.

    1. Gegevens cursusaanbieder

      De gegevens van de cursusaanbieder moeten worden ingevuld in het standaardformat ‘gegevens opleidingsinstituut’. Een bij IBKI nog onbekende aanbieder dient een gewaarmerkt uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel bij te voegen. IBKI doet daarnaast een kredietwaardigheidscheck. Vervolgens zal IBKI een overeenkomst toezenden, die getekend geretourneerd moet worden. Daarna wordt de betreffende aanbieder bij IBKI als aanbieder in de interne IBKI-systemen toegevoegd.

      Er zijn geen verdere eisen aan aanbieders van bijscholingscursussen; men hoeft geen opleidingsinstituut voor rijinstructie te zijn of in het bezit te zijn van een WRM-certificaat. Wel gelden opleidingseisen voor de docent van de cursus (zie punt 5).

    2. Cursusdoelstelling

      Er moet een cursusdoelstelling gegeven worden die voldoet aan twee criteria:

      1. De cursusdoelstelling (en daarmee de cursus zelf) moet passen binnen het door IBKI na advies van de Adviesraad WRM vastgestelde bijscholingsonderwerp en de vastgestelde leerdoelen (zie ook hoofdstuk II, artikel 3, 4 en 5).

      2. De cursusdoelstelling moet praktijkrelevant zijn: de rijinstructeur die de cursus volgt, moet er iets aan hebben voor zijn dagelijkse lespraktijk.

    3. Een lesplan in tabelvorm

      Het lesplan (volgens standaardformat) moet het volgende bevatten:

      • vermelding in welke vorm de cursus wordt aangeboden: als bijscholingscursus met fysieke aanwezigheid van deelnemers of als webinar (online bijscholingscursus). Aanbieden als webinar is niet bij alle bijscholingsonderwerpen toegestaan. Zie hiervoor het document ‘Leerdoelen theoretische bijscholing WRM’, waarin, wanneer dat relevant is, staat aangegeven: ‘Alleen als bijscholingscursus met fysieke aanwezigheid toegestaan’.

      • het is mogelijk dat een cursus als bijscholingscursus met fysieke aanwezigheid én als webinar wordt gegeven; in dat geval dient voor beide vormen een lesplan te worden ingediend.

      • een korte omschrijving van de lesstof met verwijzing naar de bijbehorende WRM-bijscholingsleerdoelen uit het document ‘Leerdoelen theoretische bijscholing WRM’.

      • werkvormen en hulpmiddelen/media; het is toegestaan in een cursus een deel oefenen/demonstreren in de praktijk op te nemen.

      • verdeling over de tijd; één dagdeel duurt minimaal 3 klokuren (180 minuten), met daarbinnen maximaal 15 minuten pauze. Bij webinars is maximaal 10 minuten pauze na elk uur toegestaan. N.B. Iedere webinar mag maximaal per dag één dagdeel duren (zie ook art. 12). Een bijscholing van twee dagdelen wordt dus verdeeld over twee dagen.

      N.B. het maximale aantal deelnemers per docent is 15. De docent moet altijd als 16e deelnemer worden toegevoegd. Als de docent dezelfde cursus meerdere keren geeft, mag de eerste keer voor zijn eigen WRM-bijscholingsverplichting meetellen.

    4. Lesmateriaal en toetsinstrument

      Bij de certificeringsaanvraag moet een bestand van het aan deelnemers uit te reiken lesmateriaal worden meegestuurd. Dit kan een lesstofsyllabus (hand-out) zijn of lesstofsyllabus in combinatie met een PowerPoint. Het is niet toegestaan alleen een PowerPoint aan te leveren; er moet hoe dan ook een hand-out geleverd worden. Eisen aan het lesmateriaal zijn:

      • Alle leerdoelen moeten behandeld zijn.  Qua omvang en diepgang moet het lesmateriaal blijk geven van voldoende dekking van de leerdoelen.

      • De gekozen werkvormen moeten passen bij de leerdoelen.

      • De hand-out dient een samenvatting te zijn van wat in de cursus wordt behandeld, met aandacht voor alle hoofdpunten van de leerstof, zodat de deelnemer dit als naslag zelfstandig na afloop van de cursus kan raadplegen of bestuderen. Aanvullende documentatieteksten, zoals bijvoorbeeld een SWOV-factsheet of tekst van wettelijke regelgeving, zijn toegestaan. Alleen dergelijke ‘externe’ tekst is echter niet voldoende.

      • De hand-out moet een leesbare opzet en indeling hebben: een overzichtelijke inhoudsopgave, paginanummers, korte inleidingen per hoofdstuk, waar nodig tussenkopjes en een consequente lay-out.

      • Als een cursus opdrachten bevat, maken deze deel uit van het lesmateriaal en dienen ze ook ter beoordeling aangeleverd te worden.

      • Het lesmateriaal mag zelf ontwikkeld zijn, maar dit is niet verplicht. Wel dient het lesmateriaal een duidelijke bronvermelding te hebben:

        • Website: verwijzen naar de concrete geraadpleegde pagina(s), dus niet cbr.nl, maar cbr.nl/jaarverslag/…(enz.)

        • Boek: auteur, titel, jaartal uitgave

        • Tijdschrift: naam tijdschrift, auteur, titel artikel, jaargang en nummer

      • Als lesmateriaal deels of geheel is overgenomen van een andere ontwikkelaar/aanbieder dient vermeld te worden dat dit met toestemming is gebeurd.

      • Bij het lesmateriaal moet de aan het einde van de cursus af te nemen toets gevoegd zijn. Dit mag alleen een meerkeuzevragentoets van ten minste 10 vragen zijn. Elke vraag dient drie antwoordmogelijkheden te hebben, waarvan één antwoord juist is. De toets moet zoveel mogelijk leerdoeldekkend zijn en een zodanig niveau hebben dat de toetsvragen alleen beantwoord kunnen worden als de cursus is bijgewoond.

    5. Formulieren met docentgegevens

      Docenten moeten voldoen aan de docenteisen zoals deze per cursusonderwerp zijn vastgelegd in het leerdoelenoverzicht van alle goedgekeurde bijscholingsonderwerpen op de IBKI-site.

      Het standaardformat ‘Personalia docent’ [LINK 5 PLAATSEN] moet volledig worden ingevuld en ondertekend als deze docent nog niet bij IBKI als bijscholingsdocent (IBKI-kwalificatie 9508) bekend is. Van docenten die al eerder een bijscholing hebben verzorgd is het doorgeven van naam en geboortedatum voldoende. Als de aanbieder na certificering een andere docent dan de opgegeven docent in wil zetten, moet het IBKI de gegevens van deze docent ontvangen.

  2. Als men als aanbieder meerdere cursussen wil laten certificeren, moet voor elk van deze cursussen afzonderlijk een certificeringsaanvraag worden ingediend.

Artikel 7: Certificering door IBKI

  1. IBKI toetst elke certificeringsaanvraag op de aanleververeisten van artikel 6 en meldt de aanbieder binnen maximaal acht weken via e-mail het resultaat. Hierbij zijn er twee mogelijkheden:

    • Goedgekeurd: de bijscholingscursus is gecertificeerd en mag gegeven worden vanaf de ontvangstdatum van de e-mail + 10 werkdagen, tot zo lang als het onderwerp nog gegeven mag worden (zie hiervoor de geldigheidsperiode in jaren van alle onderwerpen in het document ‘Leerdoelen theoretische bijscholing WRM’ op de IBKI-site).

    • Afgekeurd: de bijscholingscursus voldoet nog niet aan alle certificeringsvoorwaarden, bijvoorbeeld omdat er documenten ontbreken of niet aan alle eisen voldoen. IBKI deelt de indiener de afkeuring mee, onder verwijzing naar artikel 7 van de Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009. Daarbij geeft IBKI aan op welke punten niet aan de certificeringsvoorwaarden wordt voldaan.

  2. Als een certificeringsaanvraag voor een bijscholingscursus is afgekeurd, mag de bijscholingscursus nog één keer in herziene vorm ter certificering worden aangeboden; dan zal IBKI binnen 3 weken besluiten.

  3. Bij aanbieders die nog niet bij IBKI bekend zijn, geldt de in lid 1 genoemde 10 werkdagen-termijn niet. In dat geval controleert IBKI eerst 1) of de kredietwaardigheidscheck positief is en 2) of er een uittreksel KvK en getekende overeenkomst ontvangen is. Als beide punten in orde zijn, geeft IBKI zo snel mogelijk daarna per e-mail de datum vanaf wanneer de cursus gegeven mag worden.

4 Administratie van bijscholingscursussen

Artikel 8: Vooraanmelding

  1. Om steekproeftoezicht mogelijk te maken, moet IBKI tijdig weten waar en wanneer er een bijscholingscursus plaatsvindt. Daarom moet de aanbieder uiterlijk 10 werkdagen voordat de cursus plaatsvindt in ‘Mijn IBKI’ op de IBKI-website een vooraanmeldingsformulier volledig hebben ingevuld. De aanmeldingen moeten de volgende gegevens bevatten:

    • titel bijscholing + nummer van de bijscholing

    • naam cursusaanbieder en naam van de docent

    • locatie vanwaar de bijscholing wordt verzorgd; dit in verband met mogelijke fysieke steekproefinspectie, ter plaatse, door IBKI

    • presentielijst met namen van de deelnemers.

  2. Een bijscholingscursus die plaatsvindt zonder dat deze op de juiste wijze tevoren is aangemeld, is ongeldig. De door de deelnemers bijgewoonde cursusdagdelen hiervan tellen dan niet mee voor het voldoen aan hun bijscholingsverplichting.

Artikel 9: Registratie van docent en deelnemers

  1. De aanbieder dient te zorgen voor een print van het IBKI-formulier ‘Presentielijst/identiteit deelnemer’ (op de IBKI-site digitaal invulbaar beschikbaar) op de cursuslocatie. Op dit formulier kunnen alle gegevens door de aanbieder worden vooringevuld, zodat deze alleen nog door de docent gecontroleerd hoeven te worden.

  2. Het formulier ‘Presentielijst/identiteit deelnemer’ dient te worden ondertekend door [bij fysieke cursus] de docent en de deelnemers /[bij webinar] de docent. Het formulier dient de volgende informatie per deelnemer te bevatten:

    • achternaam en voorletters

    • geboortedatum en -plaats

    • geslacht

    • nummer en geldigheidsdatum WRM-bevoegdheidspas

    • wanneer van toepassing: nummer RIS-certificaat.

Artikel 10: Registratie van een gegeven bijscholingscursus bij IBKI

  1. Het ondertekende formulier ‘Presentielijst/identiteit deelnemer’ met de gegevens/handtekeningen van alle deelnemers dient binnen 10 werkdagen na de cursusdatum door IBKI te zijn ontvangen. Hierna zal IBKI de gevolgde bijscholingscursus en de bijbehorende dagdelen bij elke deelnemer registreren in zijn ‘Mijn IBKI’-account.

  2. Als IBKI het formulier niet binnen 10 werkdagen na de cursusdatum heeft ontvangen, is de betreffende bijscholingscursus ongeldig. De door de deelnemers bijgewoonde cursusdagdelen hiervan tellen dan niet mee voor het voldoen aan hun bijscholingsverplichting.

5 Eisen aan de uitvoering van bijscholingscursussen en IBKI-toezicht

Artikel 11: Eisen aan de uitvoering van bijscholingscursussen op de cursusdag (en)

  1. Bijscholingscursussen worden in het Nederlands en [bij fysieke cursus] in Nederland gegeven.

  2. De docent dient degene te zijn die bij de vooraanmelding op het formulier ‘Personalia docent’ is aangemeld.

  3. Het maximale aantal deelnemers is 15. De docent moet altijd als 16e deelnemer worden toegevoegd op het formulier ‘Presentielijst/identiteit deelnemer’. De docent mag een door hem gegeven cursus ook voor zichzelf bij IBKI als gevolgde bijscholing laten registreren. Dit is per cursusonderwerp één keer toegestaan als hij/zij een cursus met hetzelfde onderwerp meerdere keren geeft.

  4. [bij fysieke cursus] Voor het begin van de gehele bijscholingscursus moet de docent de identiteit van de deelnemers controleren door het rijbewijs van de deelnemer te vergelijken met de WRM-bevoegdheidspas van de deelnemer. Hij tekent dit af op het formulier ‘Presentielijst/identiteit deelnemer’ van elke deelnemer.

  5. [bij fysieke cursus] Deelnemers dienen op de cursusdag(en) zelf hun handtekening te zetten op de presentielijst als bewijs van hun aanwezigheid. Bij een cursus van twee of meer dagdelen per cursusdag dienen deelnemers twee keer verspreid over de dag hun handtekening te plaatsen (vóór en na de lunchpauze bijvoorbeeld).

Artikel 12: Specifieke eisen alleen aan webinars

  1. Iedere webinar mag maximaal per dag één dagdeel (180 minuten) duren (met daarbinnen een pauze van maximaal 10 minuten na elk uur). Een bijscholing van twee dagdelen moet dus verdeeld worden over twee dagen.

  2. De door de docent gebruikte software moet IBKI in staat stellen gedurende de gehele cursus zonder tussenkomst van de docent en dus onaangekondigd de webinar te volgen.

  3. Zowel de docent als deelnemers moeten gedurende de gehele tijd dat de cursus wordt gegeven hun camera ingeschakeld hebben en deel kunnen nemen aan de cursus door middel van een microfoon. Deelnemers moeten te allen tijde voor de docent en een toezichthoudende IBKI-medewerker zichtbaar zijn. Dit geldt niet tijdens de koffiepauze (max. 10 minuten per uur). Als de deelnemer niet gedurende de gehele cursus zichtbaar is, kan IBKI niet vaststellen of de betreffende deelnemer ook daadwerkelijk de cursus volgt. In dit geval zal de theoretische bijscholing niet door IBKI worden verwerkt en telt de theoretische bijscholing niet mee voor de betreffende deelnemer.

  4. Deelnemers dienen de cursus te volgen zittend achter een tafel/bureau in een woonhuis dan wel kantoor/lokaal.

Artikel 13: Administratief toezicht op bijscholingscursussen

  1. IBKI controleert onaangekondigd steekproefsgewijs administratieve en organisatorische aspecten van de bijscholingscursus. Het gaat hierbij om:

    • is de docent degene die bij de vooraanmelding is vermeld?

    • is het aantal deelnemers exclusief de docent bij fysieke cursus maximaal 15?

    • [bij fysieke cursus] controleert de docent identiteit van de deelnemers op de voorgeschreven wijze en laat de docent de presentielijst afdoende door alle deelnemers tekenen

    • [bij fysieke cursus] is de cursusruimte geschikt voor het geven van cursussen, is deze groot genoeg voor het aantal deelnemers en voldoet de cursusruimte aan de ARBO-eisen (o.a. verlichting en ventilatie)?

    • Heeft de cursus de voorgeschreven lengte?

    • Volgen alle deelnemers de gehele cursus?

    • [bij webinar] heeft de docent de gehele cursus kunnen geven, zonder langer durende technische storingen (langer dan 15 minuten)?

    • [bij webinar] zijn de deelnemers gedurende de hele cursus permanent in beeld geweest?

    • [bij webinar] hebben de deelnemers de cursus gevolgd conform artikel 12, lid 4?

  2. De controle van een bijscholingscursus levert het oordeel goedgekeurd of afgekeurd op. Als een bijscholingscursus bij deze controle het oordeel afgekeurd krijgt, volgt een tweede toezichtcontrole. Als bij de tweede controle blijkt dat het oordeel afgekeurd blijft, wordt de certificering van de cursus ingetrokken, onder verwijzing naar artikel 7 van de Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009. Tegen dit besluit is bezwaar mogelijk bij de onafhankelijke Bezwarencommissie WRM

  3. Een aanbieder kan na ontvangst van de waardering afgekeurd desgewenst een toelichting door de beoordelaar van IBKI aanvragen. Het gesprek kan er niet toe leiden dat de waardering wordt aangepast.

  4. [bij webinar] Een onvoldoende voor de steekproefaspecten h) en i) van lid 1 wordt aan de betreffende deelnemer toegerekend; zijn/haar bijscholing wordt dan niet meegeteld. Het is aan de aanbieder om dit aan IBKI te melden, door dit op de presentielijst aan te geven.


Artikel 14: Kwaliteitstoezicht op bijscholingscursussen

  1. IBKI voert onaangekondigd steekproefsgewijs kwaliteitstoezicht uit. Het gaat het hierbij zowel om de inhoudelijke kwaliteit van de cursus als de kwaliteit van de docent voor de groep. IBKI hanteert hiervoor een beoordelingsformulier met beoordelingscriteria en normering

  2. De toezichtcontrole van een bijscholingscursus levert de waardering voldoende of onvoldoende op. Als een bijscholingscursus bij een toezichtcontrole de waardering onvoldoende krijgt, volgt een tweede toezichtcontrole. Als bij de tweede controle blijkt dat de waardering onvoldoende blijft, wordt de certificering van de cursus ingetrokken, onder verwijzing naar artikel 7 van de Regeling rijonderricht motorrijtuigen 2009. Tegen dit besluit is bezwaar mogelijk bij de onafhankelijke Bezwarencommissie WRM.

  3. Een aanbieder kan na ontvangst van de waardering onvoldoende desgewenst een evaluatiegesprek met de beoordelaar van IBKI aanvragen. Dit gesprek is bedoeld om de waardering toe te lichten, zodat de cursusaanbieder gerichter aan verbeteringen kan werken. Het gesprek kan er niet toe leiden dat de waardering wordt aangepast.