Naar hoofdinhoud
IBKI examinering en certificering voor de mobiliteitsbrancheIBKI examinering en certificering voor de mobiliteitsbranche

WRM 43: Alcohol, drugs en medicijnen in het verkeer

Volg deze bijscholingscursus om je WRM-bevoegdheid te verlengen

Voor wie?

De WRM-bijscholingscursussen worden gegeven door partners van IBKI. Je moet alles via deze partners regelen. Dit overzicht is slechts om je te helpen om de juiste bij jou in de buurt te vinden.

Details over deze WRM-bijscholingscursus

OmschrijvingOnderwerp #Aantal dagdelenGeschikt voor

Alcohol, drugs en medicijnen in het verkeer

WRM 43

2

Alle categorieën

Aanbieders van deze WRM-bijscholingscursus

OpleidingsinstituutPlaatsBijzonderhedenLinks

Agere opleidingen

Almelo

AVR Wesseldijk

Nijmegen

FAM, LBVI, RIS

Bilt en Bahadoer Opleidingsinstituut

Rotterdam

FAM, RIS

De Rijopleider

Enschede

Dek Verkeersopleidingen

Goes

FAM, LBVI, RIS

DIBO Opleidingscentrum

Coevorden

FAM

Hoekstra Instructeursopleidingen

Alkmaar

FAM, LBVI

Jongepier Opleidingen

Nieuw-Vennep

RIS

Knetemann opleidingen

Den Bommel

KNMV

Arnhem

Lenoir Opleidingen

Geleen

FAM, LBVI, RIS

Opweg verkeersopleidingen

Goes

RIS

Osseforth

Elsloo

LBVI, RIS

OTCRIJ

Oirschot

Quick Licence

Den Haag

RABNED

Eindhoven

LBVI, RIS

Rijschoolacademie

Rotterdam

ROC Heerlen

Heerlen

LBVI

Van Buuren opleidingen

Zwolle

VerkeersAcademie

Best

VerkeersAcademie

Nieuwegein

FAM, RIS

Verkeersschool Brookhuis

Oldenzaal

FAM

Verkeersschool Charisma

Rijswijk

Verkeersschool Nelen

Amsterdam

LBVI

Verkeersschool Succes

Emmen

Verkeersschool Veronica

Utrecht

FAM

Verkeersschool Weijers

Heemstede

FAM

Vervoerscollege Venlo

Venlo

RIS

VRO Traffic Masters

Waalre

LBVI, RIS

Leerdoelen bijscholingscursus WRM 43

  1. De rijinstructeur kan de kenmerken van gebruik van alcohol, drugs, medicijnen, overmatige vermoeidheid, slaapdeprivatie beschrijven bij (jongere) bestuurders herkennen en vroegtijdig signaleren.

  2. De rijinstructeur kan benoemen waaraan hij de symptomen van alcoholgebruik, drugs, medicijnen door jongere beginnende bestuurders kan herkennen.

  3. De rijinstructeur kan beschrijven en overbrengen wat de impact van gebruik van alcohol, drugs, medicijnen is op het ongevalsrisico.

  4. De rijinstructeur kan verklaren wat de juridische gevolgen zijn voor de leerlingbestuurder en de rijinstructeur van het gebruik van alcohol, drugsgebruik, gebruik van medicijnen, (overmatige) vermoeidheid, slaapdeprivatie tijdens de rijlessen.

  5. De rijinstructeur kan beschrijven en overbrengen wat de impact van de combinatie van alcohol, drugs en medicijnen is.

  6. De rijinstructeur kan beschrijven en overbrengen hoe lang het kan duren voordat het afbraakproces is voltooid nadat alcohol, drugs en/of medicijnen zijn gebruikt.

  7. De rijinstructeur kan een gesprek met de leerling voeren om het gebruik van alcohol, drugs en medicijnen bespreekbaar te maken m.b.t. het besturen van een motorvoertuig.

  8. De rijinstructeur kan ervaren met behulp van ‘alcoholbrillen’ met diverse promillages wat de impact kan zijn tijdens het besturen van een motorvoertuig.

  9. De rijinstructeur kan de inhoud van de EMA-, LEMA- en EMG-cursus verklaren.

  10. De rijinstructeur kan verklaren wat het alcoholslotprogramma inhoudt (uitgebreide behandeling niet relevant meer na verbod op opleggen ASP in april 2015)

  11. De rijinstructeur kan de doelstelling en conclusies uit het rapport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu Rijden onder invloed in Nederland in 2002-2013 (Ontwikkeling _van het alcoholgebruik van automobilisten in Weekend-nachten) beschrijven.

  12. De rijinstructeur kan de doelstelling en conclusies uit het DRUID project verklaren ( Driving Under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines in Europe — findings from the DRUID project).


Belangrijk:

  • Per opleider staat de (hoofd)locatie erbij. Sommige opleiders hebben meerdere locaties die niet alle bijscholingscursussen geven. Neem contact met ze op voor meer info.

  • Een rijschool mag alleen eigen medewerkers bijscholen als het in de tabel van gecertificeerde opleiders staat.

  • FAM of LBVI geeft aan dat de opleider lid is van de vereniging van rij-instructeuropleidingsinstituten LBVI of FAM verkeersscholen. Het betekent dat de opleider cursussen aanbiedt die voor de FAM of LBVI zijn gemaakt.

  • Als Rijopleiding in Stappen ofwel RIS-instructeur moet je speciale bijscholingscursussen volgen die meetellen voor WRM & RIS. Deze bijscholingscursussen moeten gegeven worden door een RIS-docent van een RIS-erkende opleider. Meer info over RIS

  • Als KNMV Gediplomeerd Instructeur ofwel KGI-instructeur moet je speciale bijscholingscursussen van de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging (KNMV) volgen die meetellen voor WRM & KGI. Meer info over KGI