Naar hoofdinhoud
IBKI examinering en certificering voor de mobiliteitsbrancheIBKI examinering en certificering voor de mobiliteitsbranche

WRM 39: Praktisch toepassen risicoperceptie

Volg deze bijscholingscursus om je WRM-bevoegdheid te verlengen

Voor wie?

De WRM-bijscholingscursussen worden gegeven door partners van IBKI. Je moet alles via deze partners regelen. Dit overzicht is slechts om je te helpen om de juiste bij jou in de buurt te vinden.

Details over deze WRM-bijscholingscursus

OmschrijvingOnderwerp #Aantal dagdelenGeschikt voor

Praktisch toepassen risicoperceptie

WRM 39

2

Alle categorieën

Aanbieders van deze WRM-bijscholingscursus

OpleidingsinstituutPlaatsBijzonderhedenLinks

AVR Wesseldijk

Nijmegen

FAM, LBVI, RIS

De Coninck Traffic Management

Lelystad

RIS

Dek Verkeersopleidingen

Goes

FAM, LBVI, RIS

Firstt Opleidingen

Stellendam

RIS

Jongepier Opleidingen

Nieuw-Vennep

RIS

Knetemann opleidingen

Den Bommel

Lenoir Opleidingen

Geleen

FAM, LBVI, RIS

Opweg verkeersopleidingen

Goes

RIS

Osseforth

Elsloo

LBVI, RIS

Politieacademie

Apeldoorn

RABNED

Eindhoven

LBVI, RIS

VerkeersAcademie

Best

VerkeersAcademie

Nieuwegein

FAM, RIS

VerkeersAcademie

Zwolle

Verkeerscollege Mijdrecht

Mijdrecht

Vervoerscollege Venlo

Venlo

RIS

VSL Verkeerseducatie

Doetinchem

VRC Rijopleidingen

Utrecht

VRO Traffic Masters

Waalre

LBVI, RIS

VVCR Prodrive

Baarn

Leerdoelen bijscholingscursus WRM 39


Dagdeel 1

Aan het einde van dagdeel 1 kan de rij-instructeur:

  1. De instructeur kan benoemen en verklaren wat veiligheidsmarges zijn (bron: Leerdoelen voor het rijbewijs B, Vlakveld mei 2000).

  2. De instructeur kan benoemen en verklaren wat wordt bedoeld met motivatie (bron: Leerdoelen voor het rijbewijs B, Vlakveld mei 2000).

  3. De instructeur kan benoemen en verklaren wat wordt bedoeld met verantwoordelijkheid (bron: Leerdoelen voor het rijbewijs B, Vlakveld mei 2000).

  4. De instructeur kan naar aanleiding van praktijkcasussen de verbanden tussen veiligheid, motivatie en verantwoordelijkheid verklaren.

  5. De instructeur kan verklaren waarom het gekozen instructiegereedschap bijdraagt aan de juiste risicoperceptie van een aankomende bestuurder.

Dagdeel 2:

Aan het einde van dagdeel 2 kan de rij-instructeur:

  1. De instructeur kan uit gegeven mogelijkheden het juiste instructiegereedschap selecteren en zijn keuze verklaren.

  2. De instructeur kan benoemen en verklaren waarom hij bij een gegeven casus heeft gekozen voor een bepaalde werkvorm.

  3. De instructeur demonstreert juist gedrag door bij een gegeven casus een juiste keuze te maken betreffende het instructiegereedschap en de werkvorm.

  4. De instructeur demonstreert juist handelen bij een gegeven casus met als doel het effectief beïnvloeden van risicoperceptie bij een leerling.


Belangrijk:

  • Per opleider staat de (hoofd)locatie erbij. Sommige opleiders hebben meerdere locaties die niet alle bijscholingscursussen geven. Neem contact met ze op voor meer info.

  • Een rijschool mag alleen eigen medewerkers bijscholen als het in de tabel van gecertificeerde opleiders staat.

  • FAM of LBVI geeft aan dat de opleider lid is van de vereniging van rij-instructeuropleidingsinstituten LBVI of FAM verkeersscholen. Het betekent dat de opleider cursussen aanbiedt die voor de FAM of LBVI zijn gemaakt.

  • Als Rijopleiding in Stappen ofwel RIS-instructeur moet je speciale bijscholingscursussen volgen die meetellen voor WRM & RIS. Deze bijscholingscursussen moeten gegeven worden door een RIS-docent van een RIS-erkende opleider. Meer info over RIS

  • Als KNMV Gediplomeerd Instructeur ofwel KGI-instructeur moet je speciale bijscholingscursussen van de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging (KNMV) volgen die meetellen voor WRM & KGI. Meer info over KGI